De toepassing van de artikelen 2.1 tot en met 3.4 geschiedt zodanig, dat de toepasselijke norm voor de jongere tenminste bedraagt:
a. 35% van degehuwdennorm voor een alleenstaande,
b. 55% van de gehuwdennorm voor een alleenstaande ouder,
c.65% van de gehuwdennorm voor gehuwden.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3:5
Anti- cumulatiebepaling
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investering in jongeren 2010