De Wet op de ruimtelijke ordening en de Wlb kennen geen juridische koppeling. Wel bestaat jurisprudentie (ligt voor u ter inzage) die voldoende ruimte laat om een aanvraag te toetsen aan het gemeentelijk ruimtelijk ordeningsbeleid.
Als uitgangspunt van beleid is dat moet worden voorkomen dat de in streekplannen, structuurplannen, bestemmingsplannen e.d. gewenste ontwikkeling wordt tegengehouden door de aanwezigheid of mogelijke aanleg van bijzondere particuliere begraafplaatsen.
De totale oppervlakte van het perceel grond waar de aanwijzing voor de bijzondere begraafplaats wordt ingediend, dient minimaal 50.000 m2 te zijn.
Het perceel dient een strikt besloten karakter te hebben; wordt dit besloten karakter om wat voor reden dan ook opgeheven, dan dient rondom de begraafplaats een afsluitbare omheining te worden gemaakt.
Het aan te wijzen deel van het perceel is niet gelegen binnen het bebouwingsoppervlak, zoals dit in het geldende bestemmingsplan is opgenomen.
Het aan te wijzen perceel is niet in gebruik of bestemd als bedrijfsmatig perceel.
Het aan te wijzen perceel grond is niet gelegen in een gebied waarvoor aannemelijk is dat een wijziging van de huidige bestemming of gebruik zal optreden.
De aard, het feitelijk gebruik of de bestemming van het perceel grond verzet zich niet tegen de aanwijzing.