a. aftoppingsgrens: het daarover bepaalde in artikel 20 van de Wet op
de
huurtoeslag;
b. BBSH: Besluit Beheer Sociale Huursector;
c. besluit: het Huisvestingsbesluit, tenzij anders is aangegeven;
d. Convenant; het Convenant Woonruimteverdeling Gooi en Vechtstreek
2011 zijnde de overeenkomst tussen de gemeenten in de regio, in de in de
regio actieve toegelaten instellingen en eventueel andere partijen,
inhoudende de afspraken over onder meer de woonruimteverdeling;
e. economische binding: de binding van een persoon aan de regio, daarin
gelegen dat die persoon, met het oog op de voorziening in het bestaan,
een redelijk belang heeft zich in de regio te vestigen, met dien
verstande dat een economische binding in elk geval wordt aangenomen ten
aanzien van personen die voor de voorziening in het bestaan zijn
aangewezen op het duurzaam (tenminste 19 uur per week) verrichten van
arbeid binnen of vanuit de regio, waarbij ook het duurzaam volgen van
een dagopleiding in de regio hiermee wordt gelijkgesteld;
f. eigenaar: degene die voldoet aan het in artikel 1 lid 2 van de wet
bepaalde;
g. EC besluit: het besluit van de Europese Commissie inzake staatssteun
woningcorporaties (E 2/2005);
h. GBA: gemeentelijke basisadministratie;
i. gewest: het gewest Gooi en Vechtstreek;
j. herhuisvestingsurgente: de woningzoekende aan wie op grond van de
‘Verhuisregeling bij herstructurering in de Gooi en Vechtstreek’ (zie
bijlage) een herhuisvestingsurgentie is toegekend;
k. huishouden: een alleenstaande die een huishouding voert, danwel twee
of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren, danwel
wenst te voeren resp. wensen te voeren;
l. huishoudinkomen: het ten aanzien daarvan in het EC besluit
gestelde;
m. huurprijs: de prijs die is verschuldigd voor het enkele gebruik van
de woonruimte (netto huur), uitgedrukt in een bedrag per maand;
n. huurprijsgrens: de huurprijsgrens voor sociale huurwoningen zoals
gedefinieerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken;
o. ingezetene: degene die, voorafgaand aan de urgentieaanvraag en/of
woningtoewijzing, gedurende tenminste één jaar onafgebroken in de GBA
van één van de gemeenten in de regio is ingeschreven en in die gemeente
zijn/haar hoofdverblijf heeft conform de wet GBA;
p. inschrijftijd: de periode gerekend vanaf de datum dat iemand zich
inschrijft als woningzoekende;
q. kamer: elke afzonderlijke ruimte in een woning bestemd voor woon-
en/of slaapruimte;
r. maatschappelijke binding: het daaromtrent in artikel 1 onder m van
de wet bepaalde, te weten de binding van een persoon aan de regio,
daarin gelegen dat die persoon een redelijk, met de regionale
samenleving verband houdend belang heeft zich in die regio te vestigen,
met dien verstande dat een maatschappelijke binding in elk geval wordt
aangenomen ten aanzien van personen die niet meer in de regio woonachtig
zijn, maar gedurende de voorafgaande tien jaar tenminste zes jaar
onafgebroken ingezetene zijn geweest van de regio;
s. mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een
hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen
uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks
voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van
huisgenoten voor elkaar overstijgt;
t. onttrekken aan de bestemming tot wonen: het slopen of het gebruiken
van een woning voor een ander doel dan permanente bewoning;
u. onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30 van
de wet;
v. onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke geen eigen toegang heeft
en/of welke niet kan worden bewoond door een huishouden, zonder
afhankelijkheid van wezenlijke voor¬zie¬ningen buiten die
woon¬ruimte;
w. overgangsregeling: regeling die aangeeft welke woningzoekenden
rechten uit een voorgaand woonruimteverdeelsysteem mee kunnen nemen naar
een nieuw systeem voor het verdelen van woonruimte en omschrijft wat die
rechten inhouden;
x. overige woning: (on)zelfstandige woonruimte niet vallend onder de
werking van de Huurprijzenwet Woonruimte of niet bestemd voor
verhuur;
y. pfh wwz: portefeuillehoudersoverleg wonen welzijn zorg van het
gewest belast met intergemeentelijke beleidsvorming en afstemming op het
terrein van de volkshuisvesting zoals nader aangegeven in artikel 8 van
het geweststatuut;
z. regio: het grondgebied van de gemeenten Blaricum, Bussum, Hilversum,
Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren;
aa. regionale urgentiecommissie: een op voordracht van het pfh wwz door
het dagelijks bestuur van het gewest benoemde onafhankelijke commissie,
bestaande uit vertegenwoordigers van gemeenten en toegelaten
instellingen alsmede een van die partijen onafhankelijke voorzitter en
vice-voorzitter die in de regio advies uitbrengt betreffende de
toekenning van urgentie, als bedoeld in de Huisvestingsverordening Gooi
en Vechtstreek 2011;
bb. statushouder: persoon van wie de asielaanvraag uitmondt in een
geldige status tot verblijf (verblijfsvergunning) in Nederland en voor
wie dientengevolge dezelfde rechten en plichten als Nederlanders
gelden;
cc. tweede kans: de aan een huurder van de toegelaten instellingen, die
met uitzetting wordt bedreigd vanwege omstandigheden die in de sfeer van
de huurder liggen, geboden gelegenheid tot verplichte begeleiding
teneinde de problematiek, die tot huisuitzetting van huurder zou leiden,
op te lossen dan wel sterk te verminderen;
dd. toegelaten instelling: instelling als bedoeld in artikel 70 van de
Woningwet;
ee. uitschrijving als woningzoekende: een inschrijving als
woningzoekende die vervalt indien een woningzoekende een woning
accepteert die valt onder de werking van het convenant;
ff. urgentie: op basis van het gestelde in hoofdstuk 2 van de
Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011 verkregen
voorrangspositie bij de woningtoewijzing op andere woningzoekenden,
gedurende een periode van drie maanden;
gg. van binding vrijgestelde: een gepensioneerde, arbeidsongeschikte,
langdurig werkloze, remigrant zonder economische binding, van echt
gescheidene zonder economische binding, wettelijk erkende vluchteling
aan wie de verblijfsstatus is toegekend en maatschappelijk
gebondene;
hh. wet: Huisvestingswet, tenzij anders is aangegeven;
ii. woning: woning conform artikel 7: 234 Burgerlijk Wetboek met een
eigen toegang welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te
zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning, die vallen onder de
werkingsfeer van de Huurprijzenwet Woonruimte en bestemd zijn voor
verhuur voor onbepaalde tijd;
jj. woningzoekende: ingezetene van een gemeente in de regio in de zin
van de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011, economisch
gebondene, maatschappelijk gebondene, van binding vrijgestelde en
diegene aan wie op grond van artikel 2.7 lid 9 van deze verordening een
urgentie op basis van mantelzorg is toegekend, die zich op de
woningmarkt begeeft;
kk. zoekwaarde: waarde die de totaal opgebouwde wachttijd van een
woningzoekende weergeeft die nodig is voor de bepaling van de rangorde
van woningzoekenden bij de woningtoewijzing.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011 - eerste wijziging