**1.** Burgemeester en wethouders kunnen een toegekende urgentie in ieder
geval intrekken indien:
a. de aanvrager niet meer voldoet aan het criterium of de criteria
op grond waarvan de urgentie is toegekend;
b. het huishouden niet meer in de omstandigheden verkeert op basis
waarvan de urgentie is verleend;
c. de feitelijke omstandigheden niet overeenstemmen met de
beschrijving van die omstandigheden in de gemeentelijke
basisadministratie;
d. de urgent woningzoekende daarom heeft verzocht;
e. de urgent woningzoekende na afgifte van de toegekende urgentie
een woning in gebruik heeft genomen;
f. de urgent woningzoekende binnen een termijn van drie maanden na
afgifte van de toegekende urgentie niet heeft gereageerd op het
aanbod van beschikbaar komende woningen die zijn afgestemd op de
aard van de urgentie;
g. de urgent woningzoekende een aangeboden woning ongegrond heeft
geweigerd;
h. de urgentie is toegekend op basis van gegevens waarvan de
aanvrager wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of
onvolledig waren.
**2.** Alvorens een besluit te nemen over de voorgenomen intrekking winnen
burgemeester en wethouders het advies in van de regionale
urgentiecommissie.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.10
Intrekken urgentie
Onderdeel van Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011 - eerste wijziging