**1.** Een urgentie wordt alleen toegekend indien sprake is van een
noodsituatie die het noodzakelijk maakt dat direct dan wel op zeer
korte termijn -uiterlijk binnen drie maanden- een (andere) woning
beschikbaar komt, ter voorkoming van ernstige schade voor het
welzijn van aanvrager, die het rechtstreeks gevolg is van de
woonsituatie.
**2.** De individuele situatie van de aanvrager en/of een lid van zijn/haar
huishouden is uitgangspunt voor de beoor¬deling van de
urgentieaanvraag.
**3.** De eigen verantwoordelijkheid van de woningzoekende voor het
ontstaan en het oplossen van de eigen woonsituatie staat voorop. De
aanvrager dient aan te tonen dat hij/zij geprobeerd heeft het
probleem zelf op te lossen en op welke wijze(n) hij/zij dat gedaan
heeft.
**4.** De woningzoekende die geen ingezetene is van de regio in de zin van
deze verordening, maar wel een binding aan de regio heeft of van
binding is vrijgesteld, dient voorts aan te tonen dat het
woonprobleem uitsluitend in deze regio opgelost kan worden.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.6
Randvoorwaarden
Onderdeel van Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011 - eerste wijziging