Voor toepassing van de beleidsregels komt in aanmerking een uitbreiding van of een bijbouw bij een woongebouw binnen de bebouwde kom mits:
het bebouwd oppervlak van de uitbreiding of de bijbouw niet groter is dan 25 m² bij een perceel van 200 m² of kleiner. Wanneer de oppervlakte van het perceel meer bedraagt dan 200 m² dan mag deze 25 m² vergroot worden met 10% van de oppervlakte van het perceel uitgaande boven de 200 m² tot een totaal van maximaal 250 m² bebouwd oppervlak;
de uitbreiding of de bijbouw een maximale goothoogte heeft van 3,25 meter;
de uitbreiding of de bijbouw een maximale absolute hoogte heeft van 5,50 meter;
de nok van de bijbouw niet in de perceelsgrens wordt geplaatst;
het bouwen niet tot gevolg heeft dat het aansluitende terrein voor meer dan 50% wordt bebouwd dan wel dat de oppervlakte die op grond van het geldende bestemmingsplan in aanmerking komt voor meer dan 50% wordt overschreden;
een bijbouw minimaal 3 meter terug ligt van de voorgevel met uitzondering van erkers;
ontheffing kan meerdere malen per perceel verleend worden maar ten hoogste tot het totaal van het maximaal bebouwd oppervlak zoals bedoeld in artikel 3 sub a van dit beleid.