**1..** Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in artikel 3 van deze beleidsregels (ook ten nadele van de aanvrager):
als de aanvraag niet past in een geldend bestemmingsplan maar wel past binnen een (voor-) ontwerpbestemmingsplan vanaf het moment dat het (voor-)ontwerpbestemmingsplan in procedure is gebracht voor inspraak;
indien ruimtelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige en/of milieuhygiënische aspecten daartoe aanleiding geven;
ten behoeve van de realisatie van woonvoorzieningen in de zin van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning;
in geval van een negatief advies van de RACM of de Monumentencommissie.
**2..** In geval burgemeester en wethouders gebruik maken van de in lid 1 genoemde bevoegdheid wordt in de belangenweging in ieder geval beoordeeld of de door het geldende bestemmingsplan gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast. Daartoe onderzoekt het college in ieder geval de gevolgen van het bouwplan voor schaduwwerking, daglichttoetreding tot een woning en mogelijke aantasting van privacy.
Artikel 5.