De raad beslist, na ontvangst van het advies van de voorzitter als bedoeld in artikel 7, eerste lid, zo mogelijk in zijn eerstvolgende vergadering of anders de daarop volgende vergadering over de behandeling van het burgerinitiatief.
Indien de raad het burgerinitiatief in behandeling neemt, stelt hij tegelijkertijd vast of gebruik wordt gemaakt van een van de mogelijkheden genoemd in het derde en het vierde lid van dit artikel en in welke raadsvergadering besluitvorming over het burgerinitiatief zal plaatsvinden.
De raad kan een burgerinitiatief voor advies voorleggen aan het college. Hij stelt daarbij een termijn vast waarbinnen dit advies moet zijn uitgebracht.
De raad kan besluiten om voorafgaand aan de besluitvorming over het burgerinitiatief, het voorstel te behandelen in een forum. Het derde lid, tweede volzin, van dit artikel is van overeenkomstige toepassing.
Beraadslaging en besluitvorming over een burgerinitiatief vindt plaats binnen acht weken nadat de raad heeft besloten om het burgerinitiatief in behandeling te nemen. Deze termijn kan ten hoogste eenmaal met vier weken worden verlengd.
Indien een burgerinitiatief wordt ingediend in de maanden juli respectievelijk augustus worden de termijnen genoemd in het zesde lid met acht respectievelijk vier weken verlengd.