Wanneer bij intrekking of beëindiging van een recht op bijstand, belanghebbende nog vorderingen
heeft die niet volledig zijn afgelost, dan neemt het college in deze beschikking een invorderings-
besluit. In dit besluit deelt het college nadrukkelijk de volgende punten mede:
het gestelde in het tweede lid onder a met dien verstande dat vermeld dient te worden:
de hoogte van de vordering(-en); en
de hoogte van het nog openstaande saldo/saldi; en
dat belanghebbende een lopende betalingsregeling zelf moet voortzetten conform de eerder vastgestelde maandelijkse aflossingscapaciteit;
dat het college regelmatig een onderzoek instelt over de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit in verhouding tot de feitelijke inkomsten van belanghebbende;
het gestelde in het tweede lid onder e van artikel 9 tenzij de vordering de voldoening betreft van een lopende betalingsregeling op basis van eerder verstrekte leenbijstand; in dat laatste geval moet aan de belanghebbende toestemming gevraagd worden om het openstaande saldo te verrekenen met het saldo van het gereserveerde vakantiegeld;
het gestelde in het tweede lid onder c, f, g en h.
Hoofdstuk II
Artikel 10.
Eisen aan een invorderingsbesluit in een intrekkings- of beëindigingsbeschikkingen
Onderdeel van Beleidsregels Invordering Wet werk en bijstand (WWB) gemeente Vught