Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 5.

Vaststelling van de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij belanghebbenden met een bijstandsuitkering

Onderdeel van Beleidsregels Invordering Wet werk en bijstand (WWB) gemeente Vught

1.. Indien belanghebbende een bijstandsuitkering heeft, bedraagt de aflossingsverplichting ten aanzien van vorderingen die het gevolg zijn van het niet, niet tijdig of het niet volledig voldoen aan de inlichtingenplicht, 7,5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag, rekening houdende met het gestelde in artikel 7 van deze beleidsregels. Daarnaast omvat de aflossingsverplichting tevens de eventueel (te) ontvangen langdurigheidstoeslag wanneer belanghebbende deze toeslag aanvraagt. De langdurigheids- toeslag dient belanghebbende ter aflossing aan het college te betalen c.q. wordt door het college geïnd op het moment dat de toeslag feitelijk beschikbaar komt voor belanghebbende. 2.. Indien belanghebbende een bijstandsuitkering heeft, bedraagt de aflossingsverplichting ten aanzien van alle andere soort vorderingen 6% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag, rekening houdende met het gestelde in artikel 7 van deze beleidsregels. 3.. In geval van beslaglegging door een derde (andere schuldeiser dan het college), kan de aflossingsverplichting ingevolge de bovengenoemde leden voor alle vorderingen worden bepaald op 10% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm inclusief vakantiegeld en (eventueel) langdurigheidstoeslag plus 100% van het meerdere, zijnde de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475d leden 1 en 2 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel