**1.** Het algemeen bestuur zendt jaarlijks voor 01 april een ontwerpbegroting voor het komend dienstjaar, voorzien van een memorie van toelichting en vergezeld van een overzicht van financiële beleidsuitgangspunten voor de komende dienstjaren toe aan de colleges van de gemeenten. In deze ontwerpbegroting is de netto toegevoegde waarde opgenomen die het openbaar lichaam verwacht uit te (laten) voeren voor de gemeenten. De colleges kunnen binnen twee maanden na ontvangst daarvan het algemeen bestuur schriftelijk van hun gevoelen doen blijken.
**2.** Het algemeen bestuur stelt vervolgens voor 01 juli de begroting vast. In deze begroting is de netto toegevoegde waarde opgenomen, waartoe de gemeenten zich verplichten deze af te nemen van het openbaar lichaam of van een aan het openbaar lichaam verbonden SW-bedrijf. De verdeling van deze omzet per gemeente wordt vastgesteld op basis van de in artikel 28, lid b omschreven verdeelsleutel. Tevens wordt de begroting voorzien van een memorie van toelichting en vergezeld van een overzicht van financiële beleidsuitgangspunten voor de komende jaren. Dit alles zo enigszins mogelijk met inachtneming van de ontvangen commentaren als bedoeld in het eerste lid.
**3.** Het algemeen bestuur deelt de vaststelling zo spoedig mogelijk mee aan de colleges van de gemeenten.
**4.** Het algemeen bestuur zendt de begroting zo spoedig mogelijk na de vaststelling ter kennisneming aan gedeputeerde staten.
**5.** Op wijzigingen van de begroting zijn de voorgaande bepalingen zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 1
Artikel 25
Artikel 25
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Werkvoozieningschap De Betho