**1.** 1. De deelnemende gemeenten verplichten zich bij te dragen in de kosten van de Zeeuwse Muziekschool zijnde vaste kosten, niet-toerekenbare kosten en variabele kosten.
a. De kosten worden als volgt over de deelnemende gemeenten omgeslagen:
bijdrage in de vaste kosten volgens de formule:
aantal inwoners deelnemende gemeente (per 1 jan begrotingsjaar)
------------------------------------------------------------------------------ x totaal vaste kosten
totaal aantal inwoners deelnemende gemeenten
bijdrage in de niet-toerekenbare kosten volgens de formule:
totaal aantal docentenuren deelnemende gemeente
---------------------------------------------------------------- X totaal niet-toerekenbare kosten
totaal aantal docentenuren alle deelnemende gemeenten
bijdrage in de variabele kosten:
het, met inachtneming van het bepaalde in artikel 29 lid 2, met de gemeente overeengekomen budget.
b. Onder vaste kosten worden verstaan de huisvestingskosten van de Zeeuwse Muziekschool over het betreffende kalenderjaar, voor zover deze door het algemeen bestuur als redelijk zijn aangemerkt.
c. De niet-toerekenbare kosten zijn de overige kosten die niet rechtstreeks aan de onderwijssectoren worden toegerekend, namelijk de inhoudelijke overheadkosten, de overige personele verplichtingen, de administratie- en organisatiekosten en de algemene kosten en baten.
d. Er kan een voorziening worden gevormd tot een maximum van 1% van de totale begroting, waaruit incidentele tekorten op de exploitatierekening kunnen worden bestreden. Deze voorziening wordt gevoed door en aangewend voor het verschil tussen het effectieve en begrote bedrag voor organisatiekosten en de overige zelf verworven inkomsten.
e. De variabele kosten zijn de personeelskosten voor docenten en de diverse uitvoeringskosten, die rechtstreeks aan de onderwijssectoren zijn toe te rekenen.
f. Kosten en baten, voortvloeiend uit eventuele verschillen tussen de normatief vastgestelde en de werkelijk afgenomen docentenuren worden ten laste van, respectievelijk ten gunste van een voorziening variabele en niet-toerekenbare kosten gebracht. Deze voorziening is gebonden aan een maximum van 2,5% van de loongevoelige kosten en wordt tevens gevoed door en aangewend voor het effectieve en begrote bedrag voor, vervangingskosten, wachtgelden, kosten garantie-uren en andere personele lasten. Indien de voorziening in enig jaar niet toereikend is om de kosten uit te bestrijden, dan worden deze in verhouding tot het aantal normatief vastgestelde docentenuren door de gemeenten gedragen.
**2.** Het algemeen bestuur stelt jaarlijks in de begroting het budget voor de docentenuren vast volgens de in de begroting opgenomen onderwijssectoren.
a. Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 januari ten behoeve van de nog vast te stellen begroting een opgavenformulier aan de raden van de deelnemende gemeenten. Hierin wordt een prognose gegeven van de kosten per docentenuur per onderwijssector en een voorstel gedaan voor de af te nemen docentenuren per onderwijssector. De gemeenten zenden dit formulier, met de door de gemeente normatief vastgestelde af te nemen docentenuren, vóór 15 februari retour.
Indien het dagelijks bestuur geen opgave heeft ontvangen dient de betreffende gemeente het in de prognose opgenomen budget af te nemen.
b. De vermindering van het budget ten opzichte van de laatste vastgestelde begroting is, behoudens het bepaalde sub c van dit artikel, gebonden aan een maximum.
Het budget van de deelnemende gemeente voor de variabele kosten mag niet meer dan 5% worden verminderd. Daarbij dient eerst rekening gehouden te worden met de trendmatige fluctuatie van de kosten.
c. Indien de toepassing van de 5% vermindering genoemd onder b. leidt tot een verlaging van de totale gemeentelijke bijdragen van het variabele kostenbestanddeel (genoemd in art. 29 sub a) met meer dan 2% van de laatst vastgestelde begroting, vermeerderd met de trendmatige, fluctuatie van de kosten, dan wordt de vermindering van het budget van de betreffende gemeente zodanig evenredig verlaagd, dat de eerder genoemde 2% niet wordt overschreden.
Het dagelijks bestuur dient de conceptbegroting daarmee in overeenstemming te brengen.
**3.** Indien de vermindering van het budget voor variabele kosten leidt tot extra personeelslasten, voortvloeiend uit het op de Zeeuwse Muziekschool van toepassing verklaarde rechtspositieregelingen, door teruggang van het aantal formatieplaatsen, zullen de betreffende gemeenten hier extra bijdragen voor beschikbaar stellen, in verhouding tot de mate, waarin de budgetverminderingen door die gemeenten de teruggang van het aantal formatieplaatsen hebben veroorzaakt.
**4.** De deelnemende gemeenten zijn verplicht op verzoek van het Dagelijks Bestuur het bedrag van de in de begroting geraamde bijdrage bij wijze van voorschot, in vier gelijke termijnen, aan de Zeeuwse Muziekschool uit te keren, met dien verstande dat het gehele voorschot voor het einde van ieder cursusjaar is voldaan. De eerste termijn is op 1 februari verschuldigd, de tweede op 1 april, de derde op 1 juni en de vierde op 1 augustus. Bij niet tijdige betaling wordt is de wettelijke rente verschuldigd.
Hoofdstuk 1
Artikel 29
Artikel 29
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling inzake het in stand houden en exploiteren van een Zeeuwse Muziekschool