Bezoldigingsregeling
1 In de bezoldigingsregeling worden naast de in artikel 3:1 genoemde begrippen ook de volgende begrippen gebruikt:
a functie: kleinste organisatorische eenheid, waarbinnen een of meer gemeentelijke taken kunnen worden verricht;
b functierang: die met toepassing van het resultaatgericht functiewaarderings- systeem aan een functie is toegekend.
2 De aard van de betrekking wordt vastgesteld met behulp van de regeling functiewaardering (artikelen 3:1:1:14 tot en met 3:1:1:17).
3 In afwijking van het bepaalde in het vorige lid, wordt: de hoogste schaal uitsluitend toegekend aan de functie van secretaris;
4 De wijze waarop de ambtenaar de betrekking vervult en de bekwaamheid en geschiktheid van de ambtenaar worden beoordeeld met behulp van de regeling “resultaatgericht competentiemanagement” (artikel 15:1:15:1).
5 Naast de in artikel 3:1 lid 2 onder c bedoelde functioneringstoelage en waarnemingstoelage, behoren de volgende emolumenten en toelagen tot de bezoldiging:
a garantietoelage;
b persoonlijke toelage;
c toelage onregelmatige dienst;
d wachtdiensttoelage.