1 Het afdelingshoofd stelt in overleg met de functiedeskundige de functiebeschrijving van de functies binnen zijn afdeling op. Voor de afdelingshoofden worden de functiebeschrijvingen opgemaakt door het hoofd van dienst.
2 Vervolgens bespreekt de direct leidinggevende de functiebeschrijving met de betrokken ambtena(a)r(en). De direct leidinggevende c.q. het hoofd van dienst is verantwoordelijk voor het juist weergeven van de taken van de functies in de functiebeschrijving en het bijbehorende competentieprofiel.
3 De functiebeschrijving wordt door de functiedeskundige met het hoofd van dienst besproken en daarna ter vaststelling aan het college aangeboden. Het college stelt vervolgens de functiebeschrijving vast. Het bijbehorende competentieprofiel wordt voorlopig vastgesteld.
4 Bij wijziging van de taak, reorganisatie en herstructurering van taken van een afdeling, kan een functie worden bijgesteld waarop de vorige leden van dit artikel, alsmede artikel 3:1:1:17 van toepassing zijn.