**1..** Aan de uitkeringsgerechtigde die tenminste één jaar onafgebroken een uitkering heeft en die aansluitend algemeen geaccepteerde arbeid, niet zijnde gesubsidieerde arbeid, aanvaardt en behoudt, en daarmee een inkomen verwerft dat meer bedraagt dan de van toepassing zijnde norm, kan op aanvraag een eenmalige premie worden verstrekt.
**2..** Aan de belanghebbende die een op basis van de Reïntegratieverordening toegekende gesubsidieerde baan heeft en die aansluitend algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt en behoudt, en daarmee een inkomen verwerft dat meer bedraagt dan de van toepassing zijnde norm, kan op aanvraag een eenmalige premie worden verstrekt.
**3..** De uitkeringsgerechtigde die tenminste één jaar onafgebroken een uitkering heeft en die algemeen geaccepteerde arbeid, niet zijnde gesubsidieerde arbeid, aanvaardt en behoudt en daarmee een inkomen verwerft dat minder bedraagt dan de van toepassing zijnde norm kan op aanvraag een eenmalige premie worden verstrekt indien hij:
gedeeltelijk of geheel is ontheven van de verplichtingen op grond van artikel 7, eerste en tweede lid van de Reïntegratieverordening, en
naar het oordeel van het college – ten minste het voor hem maximaal haalbare aantal uren werkt.
**4..** De premie kan worden aangevraagd nadat de algemeen geaccepteerde arbeid, niet zijnde gesubsidieerde arbeid, tenminste zes maanden heeft geduurd.
**5..** De premie moet tenminste zijn aangevraagd binnen 3 maanden nadat de periode genoemd in het vierde lid is verstreken.
Artikel 2.
Voorwaarden voor het recht op de premie
Onderdeel van Beleidsregels premies in verband met werkaanvaarding