Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling C:

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Parkeerverordening 2008

1.. Op verzoek hiertoe van burgemeester en wethouders dient de vergunninghouder de voor de vergunning relevante informatie te verstrekken; 2.. Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of wijzigen: op verzoek van de vergunninghouder, wanneer de vergunninghouder de zone, waarvoor de vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt, wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning, wanneer voor de betreffende zone het stelsel van vergunningen komt te vervallen, wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften, wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt, om redenen van openbaar belang, bij het niet (volledig) nakomen van het bepaalde bij of krachtens deze parkeerverordening, indien de criteria waaronder de vergunning is verleend, gewijzigd zijn. 3.. Een besluit tot intrekken of wijzigen van een vergunning is met redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of wijzigen van de vergunning schriftelijk in kennis gesteld; 4.. Wanneer een vergunning wordt ingetrokken op grond van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel 5.. Voor de wijziging van een vergunning zal een kostendekkend tarief in rekening worden gebracht. Hierbij valt te denken aan de wijziging van een kentekennummer.

Rechtspraak bij dit artikel