Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 16

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, IOAW, IOAZ en BBZ

1.. Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid WWB wordt een maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag. 2.. Onverminderd artikel 2, lid 2 van deze verordening, wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld: 20% van de bijstandsnorm gedurende een periode die net zo lang voortduurt totdat het totaal van de opgelegde maatregel gelijk is aan het benadelingbedrag. 3.. Onverminderd artikel 2, lid 2 van deze verordening, wordt de maatregel gedurende één maand opgelegd van 100% van de bijstandsnorm indien er sprake is van: geen of te late aanvraag doen voor een voorliggende voorziening; door eigen toedoen niet behouden van betaalde arbeid; het niet nakomen van de verplichting tot het instellen van een alimentatievordering. 4.. Indien aan de belanghebbende bijzondere bijstand is verleend voor het vrijwillige eigen risico in de zorgverzekering wordt een maatregel opgelegd ter hoogte van 100% over de daarvoor verleende bijzondere bijstand wegens het tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel