**1..** Als de belanghebbende voorafgaand aan of tijdens de uitkeringsverstrekking tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan wordt een maatregel opgelegd. Onder tekortschietend besef wordt in ieder geval mede begrepen het op onverantwoorde wijze besteden van vermogen, inbegrepen het doen van een schenking, voorafgaand aan de uitkeringsverlening,voor zover het beroep op uitkeringsverlening redelijkerwijs was te voorzien.
**2..** Indien sprake is van een onverantwoord besteden van vermogen waaronder het doen van een schenking kan de maatregel worden opgelegd over een langere periode.
**3..** De maatregel als bedoeld in lid 2 bedraagt, in het geval het benadelingbedrag lager is dan € 500,--, 50% van de van toepassing zijnde uitkering gedurende 1 maand.
**4..** De maatregel als bedoeld in lid 2 bedraagt, in het geval het benadelingbedrag ligt tussen de € 500,-- en € 1.500,--, bedraagt ter hoogte van het benadelingbedrag.
**5..** De maatregel als bedoeld in lid 2 bedraagt, in het geval het benadelingbedrag ligt tussen de € 1.500,-- en € 10.000,--, 100% van de van toepassing zijnde uitkering gedurende 2 maanden.
**6..** De maatregel als bedoeld in lid 2 bedraagt in het geval het benadelingbedrag ligt tussen de € 10.000,-- en € 25.000,--, 100% van de van toepassing zijnde uitkering gedurende 3 maanden en 10% van de bijstandsnorm gedurende de daaropvolgende 33 maanden.
**7..** De maatregel als bedoeld in lid 3 bedraagt in het geval het benadelingbedrag € 25.000,-- of hoger bedraagt, 100% van de van toepassing zijnde uitkering gedurende 3 maanden en 20% van de bijstandsnorm gedurende de daaropvolgende 33 maanden.
Hoofdstuk 2
Artikel 11
Te snel interen van vermogen
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Putten