Naar hoofdinhoud
1.. De toeslag bedoeld in artikel 25, lid 1 WWB en artikel 30, lid 1 WIJ bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; 2.. De toeslag bedoeld in artikel 25, lid 1 WWB en artikel 30, lid 1 WIJ bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft; 3.. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt geen toeslag als bedoeld in artikel 25, lid 1 WWB en artikel 30, lid 1 WIJ verleend, indien de ander een niet-rechthebbende partner is en een inkomensvoorziening op grond van de WIJ of een uitkering op grond van de WWB ontvangt; 4.. Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: a.. meerderjarige kinderen; b.. de verzorgingsbehoevende die bij de belanghebbende inwoont en door hem wordt verzorgd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel