1.Indien een belanghebbende de verplichting op grond van artikel 17 van de
wet niet is nagekomen door informatie die van belang is voor de verlening
van bijstand of de voortzetting daarvan niet binnen de door het college
daartoe gestelde termijn te verstrekken, wordt met toepassing van artikel
54 van de wet een maatregel opgelegd van vijf procent van de
bijstandsnorm gedurende een maand, onverminderd artikel 2, tweede lid.
2.De duur van de maatregel wordt verdubbeld, indien de belanghebbende
zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij
een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als
verwijtbare aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een
maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te
zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.
3.Van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid van
artikel 11 en 12 kan worden afgezien indien het niet of niet behoorlijk
nakomen van de verplichting geen gevolgen heeft (gehad) voor de hoogte
van de uitkering. In dat geval kan worden volstaan met het geven van een
waarschuwing. Een waarschuwing wordt niet gegeven, als het niet of niet
behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen twaalf
maanden na bekendmaking van het besluit waarbij een waarschuwing is
gegeven of een maatregel is opgelegd voor eenzelfde als verwijtbaar aan
te merken gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is
opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond
van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6 lid 2 van deze
verordening.
.
Hoofdstuk 3.
Artikel 11.
Te laat verstrekken van inlichtingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet Werk en Bijstand 2008