Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging
door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een
schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die
gedraging ten onrechte bijstand is verleend. Een maatregel wegens
schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van
vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
2.Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het
daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
3.Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond
van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk
mededeling gedaan.
Hoofdstuk 1.
Artikel 6.
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet Werk en Bijstand 2008