Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, anders dan door gedragingen zoals bedoeld in hoofdstukken 2 en 3 van deze verordening, heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid WWB, artikel 20, derde lid IOAW of artikel 20, derde lid IOAZ wordt een maatregel opgelegd:
ter hoogte van honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand, indien belang-hebbende verwijtbaar geen of geen volledig recht heeft op een uitkering krachtens een sociale verzekering / voorziening, of een daarmee naar aard en doel overeenkomende buitenlandse regeling of private verzekering, dan wel het verwijtbaar verliezen van een zodanig recht;
ter hoogte van honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand, aangezien belang-hebbende niet op verantwoordelijke wijze de middelen waarover hij beschikte of redelijkerwijs kon beschikken heeft aangewend en hierdoor een beroep dient te doen op bijstand.
Hoofdstuk 4.
Artikel 14.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ van de gemeente Deventer