Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Intrekken of vervallen van de ontheffing

Onderdeel van Beleidsregels ontheffingen voetgangersgebied Binnenstad Nieuwegein

1.. De ontheffing wordt ingetrokken indien: de ontheffinghouder daartoe verzoekt; ter verkrijging van de ontheffing bewust onjuiste gegevens zijn ingediend; de ontheffinghouder door verhuizing niet meer voor een ontheffing in aanmerking komt; de motivering, op grond waarvan de ontheffing is verstrekt, is vervallen of gewijzigd; de aan de ontheffing verbonden voorschriften niet worden nagekomen; bij herhaling sprake is van misbruik of een ander gebruik van de ontheffing, dan waarvoor deze is bedoeld of; de ontheffing valselijk is opgemaakt of vervalst is met het oogmerk om deze echt en onvervalst te (laten) gebruiken. 2.. De ontheffing vervalt: bij overlijden of niet meer bestaan van de ontheffinghouder; wanneer de verkeersmaatregel, waarvoor de ontheffing is verleend, wordt ingetrokken of gewijzigd; zodra de tijdelijke activiteiten zijn afgerond. 3.. Een ontheffing en daarbij behorende ontheffingspas worden niet eerder onbruikbaar dan nadat een besluit tot intrekking als bedoeld in het eerste lid onherroepelijk is geworden. 4.. Indien er sprake is van misbruik van de ontheffing conform lid 1 onder f, waarbij de ontheffing door het college is ingetrokken, wordt gedurende het lopende jaar waarvoor de ontheffing is verleend geen nieuwe ontheffing verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel