Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 4

Artikel 2.4.1

Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem

Onderdeel van Bouwverordening van de gemeente Súdwest-Fryslân

1. Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voor zover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: a) waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven; b) voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; c) dat de grond raakt, of d) waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd. 2. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het eerste lid bepaalde, in die situaties waarin, gelet op de aard van de werkzaamheden of de aard en de functie van het bouwwerk in relatie tot het doel, een toets aan de verbodsbepaling niet redelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel