1.
Ingeval de in dit besluit bedoelde bevoegdheid wordt uitgeoefend onder verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:
"Burgemeester en Wethouders van Leiden,
namens dezen,"
gevolgd door de functieaanduiding van de ondertekenaar, diens handtekening en diens naam.
2.
Ingeval de in dit besluit bedoelde bevoegdheid wordt uitgeoefend onder verantwoordelijkheid van de burgemeester worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:
"De Burgemeester van Leiden,
namens deze,"
gevolgd door de functieaanduiding van de ondertekenaar, diens handtekening en diens naam.
3.
In afwijking van het eerste lid geschiedt de ondertekening van uitgaande stukken door het bevoegde bestuursorgaan indien het een aan een wethouder verleend beslissingsmandaat betreft.