1.
Bij de uitoefening van gemandateerde bevoegdheden wordt het daaromtrent gestelde bij of krachtens wettelijke regelingen, aanwijzingen, richtlijnen en dergelijke van rijks-, provinciale en gemeentelijke wetgevers of bestuursorganen in acht genomen.
2.
Indien aan een krachtens mandaat te nemen besluit financiële consequenties zijn verbonden, moeten deze blijven binnen de desbetreffende begrotingspost dan wel een in bijlage A genoemde begrenzing.
3.
Tenzij in bijlage A of bijlage B anders is aangegeven, worden bij afwezigheid van functionarissen aan wie bij of krachtens dit besluit bevoegdheden zijn gemandateerd, deze bevoegdheden uitgeoefend door hun plaatsvervanger.
4.
De functionarissen maken van het hun verleende mandaat slechts gebruik ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot hun werkterrein, dan wel de hoofdtaken van de afdeling waarvoor zij werkzaam zijn.
5.
De ambtelijk opdrachtgevers en de projectmanagers zoals genoemd in artikel 1, onderdelen m en n, maken van het aan hen verleende mandaat slechts gebruik binnen de vastgestelde kaders van het project en binnen het voor het project toegekende budget.