Naar hoofdinhoud

Artikel 16

Binnentreden

Onderdeel van Koninginnedagverordening

1.. De met toezicht en handhaving van deze verordening belaste ambtenaren zoals bedoeld in artikel 18, eerste lid van deze verordening zijn bevoegd, in verband met de handhaving van het bepaalde in deze verordening, al dan niet afgesloten terreinen, ruimten en gebouwen, alsmede woningen, binnen te treden hetgeen geschiedt met inachtneming van de Algemene wet op het binnentreden (Wet van 22 juni 1994, Stb.572) en de Verordening Binnentreden ter uitvoering noodverordeningen Rhenen 2012 (zoals die op 20 maart 2012 door de gemeenteraad wordt vastgesteld). 2.. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid kan tevens worden uitgeoefend ter uitvoering van een last, als bedoeld in de artikelen 50, derde lid, 51, derde lid en 52, derde lid, van de Wet Wapens en Munitie (Wet van 11 juli 1997, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2006, 236) doch slechts door de in die wet bevoegd verklaarde ambtenaren. 3.. Het is de eigenaar of gebruiker van het, al dan niet, afgesloten terrein, ruimte, gebouw of woning, verboden om in verband met de handhaving van het bepaalde in deze verordening, de met toezicht en handhaving van deze verordening belaste ambtenaren, de toegang te beletten of te belemmeren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel