De omvang van het persoonsgebonden budget zal bepaald moeten worden.
Artikel 6 lid 1 Wmo zegt daarover: "(…) ontvangen van een hiermee vergelijkbaar en toereikend persoonsgebonden budget (…)"
Hierbij dienen twee mogelijkheden te worden onderscheiden:
• het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden
• het persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en woningaanpassingen
Bij hulp bij het huishouden gaat het om de betaling van tijd aan dienstverleners. De uitbetaling zal dan ook plaatsvinden per uur of een gedeelte daarvan.
Het uurbedrag wordt door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld en elk jaar aangepast aan de economische ontwikkelingen. Het bedrag wordt vastgelegd in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning .
Bepaald is in artikel 6 lid 1 Wmo dat het uurbedrag vergelijkbaar met zorg in natura moet zijn en bovendien toereikend. Dat betekent dat het bedrag ten minste het minimumloonbedrag zal moeten zijn.
Vanaf 1 januari 2010 is op dit punt het nodige veranderd. Er zijn nu de volgende mogelijkheden: je gaat een arbeidsovereenkomst aan met iemand of je gaat een overeenkomst opdrachtgever-opdrachtnemer met iemand aan.
Wanneer je een arbeidsovereenkomst met iemand aangaat, komt diegene bij jou in dienst. Hierbij kan één van de volgende twee situaties ontstaan.
1. De hulp werkt op drie dagen of minder per week voor je. In dat geval mag je de hulp bruto uitbetalen en moet de hulp zelf zorgen voor afdracht van belasting, eventuele verzekering tegen ziekte enzovoorts.
2. De hulp werkt op meer dan drie dagen per week voor je. In dat geval ben je als werkgever verantwoordelijk voor de afdracht van belastingen en verplichte premies voor werknemersverzekeringen, zoals werkloosheid. Ook heb je een loondoorbetalingsverplichting bij ziekte van de hulp.
In zowel situatie 1 als situatie 2 ben je verplicht minimaal het minimum (jeugd)loon uit te betalen.
Bij een overeenkomst opdrachtgever-opdrachtnemer is er meestal sprake van een zelfstandige zonder personeel (zzp-er) die het werk verricht. In dat geval ben je niet gebonden aan het minimum (jeugd)loon en hoef je geen afdrachten te doen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1.4
Omvang van het persoonsgebonden budget
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Borsele 2012