De controle van het persoonsgebonden budget vindt als volgt plaats:
Iedere budgethouder dient de volgende stukken minimaal twee jaar te bewaren:
• de nota/factuur van de aangeschafte voorziening;
• een betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening
• of een overzicht van de salaris- of urenadministratie met bewijsmiddelen
Daarnaast dient iedere budgethouder jaarlijks het door de gemeente toegezonden verantwoordingsformulier in te vullen en te retourneren.
De eisen die de gemeente stelt aan verantwoording van het persoonsgebonden budget worden schriftelijk aan de cliënt meegedeeld. Met het oog op deze verantwoording is het noodzakelijk dat de cliënt alle betalingen vanuit het persoonsgebonden budget via bankopdrachten laat verlopen.
Is het budget besteed aan het afgesproken doel, dan hoeft er verder niets te gebeuren. Is het
persoonsgebonden budget niet of anders besteed dan bedoeld, dan vordert het college het
persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terug.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1.7
Verantwoording pgb
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Borsele 2012