Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.5.4

Terugvordering

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Borsele 2012

In artikel 29 van de Verordening is bepaald in welke gevallen het college een voorziening kan terugvorderen. In tegenstelling tot andere sociale zekerheidswetten, zoals de WWB, kent de Wmo geen eigen regels voor terugvordering. De bevoegdheid daartoe is daarom expliciet in de Wmo-verordening geregeld. Omdat de bevoegdheid tot terugvordering niet in de Wmo zelf is geregeld, dient terugvordering op grond van de privaatrechtrechtelijke regels te gebeuren. Dit betekent dat moet worden aangetoond dat er sprake is van onverschuldigde betaling (artikel 6:203 e.v. BW). In de praktijk zal de onverschuldigdheid van de betaling veelal ontstaan door het nemen van een intrekkingsbesluit. Wanneer een financiële tegemoetkoming of pgb wordt ingetrokken, bestaat er geen rechtsgrond meer voor de betaling daarvan en is dat dus 'onverschuldigd betaald'. Een terugvorderingsbesluit dient altijd te worden voorafgegaan door een intrekkings- of herzieningsbesluit. Op grond van artikel 4:87, lid 1 Awb moet het college een belanghebbende een betalingstermijn bieden van ten minste zes weken. Het college kan uitstel van betaling verlenen op grond van artikel 4:94 Awb. Een beschikking tot uitstel van betaling moet de termijn waarvoor het uitstel geldt vermelden. Het college kan voorschriften verbinden aan het uitstel, bijvoorbeeld wanneer er een afbetalingsregeling aan wordt verbonden. Het college kan eventueel een deel van een financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget terugvorderen, zoals in gevallen waarin de beperkingen zijn opgeheven of bij overlijden. Wanneer bijvoorbeeld een pgb is verstrekt voor een scootmobiel voor een periode van zeven jaar en de belanghebbende na drie jaar overlijdt, heeft de belanghebbende het volledige pgb moeten aanwenden voor het gebruik van de scootmobiel. De vraag is of het pgb onverschuldigd is betaald. De gemeente kan de aangeschafte voorziening echter terugvorderen, ook al is de belanghebbende eigenaar geworden (zie Centrale Raad van Beroep, 10-12-2008. nr. 08/3206 Wmo). Het bedrag van het pgb wordt in dit geval naar rato terugbetaald aan de gemeente. Een andere mogelijkheid is om het hulpmiddel in eigendom aan de gemeente over te dragen, wanneer het over de periode waarvoor het pgb is verstrekt niet meer wordt gebruikt. Intrekkings- herzienings- en terugvorderingsbesluiten zijn allen besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Dit betekent dat de belanghebbende hiertegen de rechtsmiddelen bezwaar, beroep en hoger beroep kan inzetten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel