Artikel 4 Wmo bepaalt in lid 2 “Bij het bepalen van de voorzieningen houdt het college van burgemeester en wethouders rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager van de voorzieningen, evenals met de capaciteit van de aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in de maatregelen te voorzien. Aan de hand van deze bepaling kan beoordeeld worden in hoeverre de aanvrager in staat is, ook financieel gezien, zelf in de individuele voorzieningen te voorzien. Door het eigen bijdrage systeem dat de Wmo kent is het bij hogere inkomens mogelijk dat men een voorziening geheel zelf zal moeten betalen. Dat kan betekenen dat een aanvrager besluit daartoe zelf over te gaan. Dit kan overigens niet gelden voor rolstoelen, de Wmo bepaalt dat voor rolstoelen geen eigen bijdrage verschuldigd is. Ook kan het mogelijk zijn dat men de voorziening weliswaar zelf zal moeten betalen maar niet in staat is of opziet tegen het proces van aanschaffen van de voorziening. Bijvoorbeeld het plaatsen van handgrepen en beugels. In dat geval zal in het kader van de Wmo door de gemeente alles verzorgd kunnen worden, terwijl de aanvrager uiteindelijk zelf betaalt.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2.4
Rol eigen verantwoordelijkheid, en (financiële) mogelijkheden bij het samenstellen van het arrangement
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Borsele 2012