Recreatieve verplaatsingen kunnen deel uitmaken van het dagelijkse patroon van het leven van alledag. In dat geval wordt met het treffen van een Wmo-vervoersvoorziening ook met deze bestemmingen rekening gehouden. Het zal echter niet vaak voorkomen dat een vervoersvoorziening uitsluitend voor recreatieve voorzieningen wordt toegekend. In dat geval dient onderzocht te worden of de activiteiten waarvoor een voorziening wordt aangevraagd, als onderdeel van het maatschappelijke leven moeten worden aangemerkt. Wanneer een bepaalde (recreatieve) activiteit een zodanig essentieel element vormt van het maatschappelijk leven dat zonder het uitoefenen van die activiteit een belangrijke component van het maatschappelijk leven wegvalt, zal in het kader van de compensatieplicht wellicht een voorziening noodzakelijk zijn. Harde criteria hiervoor kunnen echter niet worden gegeven. Daarbij zal ook belangrijk zijn of deze recreatieve activiteit waarvoor een voorziening wordt gevraagd, de enige uitlaatklep vormt voor belanghebbende, of dat hij/zij nog veel andere verzetjes heeft. In Borsele biedt de Borselse Sprinter ook de mogelijkheid deel te nemen aan recreatieve verplaatsingen. Hiervoor moet een eigen bijdrage betaald worden, die eventueel voor vergoeding via het minimabeleid in aanmerking kan komen.
Bewoners van een AWBZ-instelling die de voorziening uitsluitend aanvragen om het vervoer van het jaarlijkse uitje te kunnen bekostigen/regelen zullen niet in aanmerking komen voor een Wmo-voorziening. Dit vervoer dient de instelling uit het daarvoor beschikbare budget te bekostigen. Maar als naast het recreatieve doel ook één of meer andere bestemmingen een rol spelen, wordt de voorziening normaal tot de compensatieplicht gerekend.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2.3
Vervoer ten behoeve van recreatie en ontspanning
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Borsele 2012