Als algemene voorzieningen en/of het collectief vervoer geen uitkomst bieden, is het wellicht mogelijk het probleem met een individuele voorziening te compenseren. Ook hier geldt dat de eigen mogelijkheden van de aanvrager voorop staan. Daarnaast kan door de gemeente ook een kostenafweging gemaakt worden. Sommige vervoersvoorzieningen zijn zo kostbaar dat bij de verstrekking daarvan een intensief gebruik verondersteld mag worden. Anders gezegd: wie een scootermobiel verstrekt krijgt vanwege problemen bij het verplaatsen in de directe omgeving, welke verstrekking € 100, - per maand aan huurkosten bedraagt, en de scootermobiel maar 2 maal per maand gebruikt, heeft aan die verstrekking een voorziening die niet in verhouding staat tot de kosten. Elke verplaatsing kost dan immers € 50,- . Overigens zal in dat geval wel een andere voorziening/oplossing moeten worden geboden, zodat wordt voldaan aan de compensatieplicht.
Bij de toelatingstoets hoort verder de vraag of betrokkene veilig van de voorziening gebruik kan maken. In ieder geval wordt bij aflevering van de voorziening een beperkte (aanvullende) instructie gegeven door de leverancier.
In onderstaande paragrafen wordt een aantal mogelijke individuele vervoersvoorzieningen benoemd. Bij elke vervoersvoorziening wordt aangegeven welke algemene criteria bij de verstrekking daarvan worden gehanteerd. De criteria zijn vastgesteld aan de hand van:
• De gebruikersmogelijkheden van de voorziening (in relatie tot de mogelijkheden en beperkingen van de aanvrager en het beoogde doel);
• De kosten van de voorziening (goedkoopst compenserende voorziening);
• Het primaat van het collectief vraagafhankelijk vervoer.
De lijst is niet uitputtend en gelet op de behoefte van de aanvrager kan ook voor andere vormen van vervoer worden gekozen als dit leidt tot compensatie van het probleem.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.3
Voorwaarden voor en eisen aan individuele vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Borsele 2012