Een handicap maakt het soms onmogelijk gebruik te maken van een auto. Een autoaanpassing kan ertoe leiden dat de auto wel gebruikt kan worden. De aanpassing kan ook een gehandicapt kind betreffen die op grond van een sociaal-medische noodzaak met het gezin moet meerijden. De verstrekking van een auto of de aanpassing van een auto wordt beschouwd als het sluitstuk van de vervoersvoorzieningen in het kader van het gemeentelijk Wmo-beleid Wmo. In het algemeen zullen andere goedkopere voorzieningen al dan niet in combinatie adequaat geacht worden om de mobiliteitsproblemen van de betrokkene op te lossen.
Bij de verstrekking van auto aanpassingen is dus primair de vraag aan de orde of het mogelijk maken van het gebruik van de auto een goedkopere oplossing is dan de verlening van andere compenserende vervoersvoorzieningen. De beantwoording van die vraag is afhankelijk van:
a) De aard van de handicap;
b) Het bereik en gebruik van het collectief vervoersysteem of (rolstoel)taxivervoer;
c) De eigen mogelijkheden van de gehandicapte.
Indien wordt overgegaan tot het aanpassen van een eigen auto, dan mag de auto in principe niet ouder zijn dan 3 jaar. Als de auto ouder is dan 3 jaar dan moet worden onderzocht of het, gelet op de resterende levensduur van de auto, uit financieel oogpunt verantwoord is de auto aan te passen. Uitgangspunt is dat de resterende levensduur van de auto in ieder geval minimaal 5 jaar is. Een uitzondering hierop kan worden gemaakt als de autoaanpassing zonder noemenswaardige kosten kan worden overgezet in een andere auto. Uit het voorgaande volgt dat er vanuit wordt gegaan dat een autoaanpassing minimaal 5 jaar meegaat. Van de betrokkene mag verder worden verwacht dat hij kiest voor een type auto waarvan de kosten van de aanpassing minimaal zijn. Als de betrokkene desondanks toch kiest voor een type waarvan de aanpassingskosten hoger zijn, dan komen deze meerkosten voor rekening van de gehandicapte.
Bepaalde faciliteiten, die functioneel noodzakelijk zijn voor het gebruik van een auto door mensen met een handicap, kunnen als algemeen gebruikelijk worden beschouwd (de term referentieauto wordt gehanteerd). Het betreft hier onder meer de volgende faciliteiten:
• Automatische transmissie;
• Stuurbekrachtiging;
• Rembekrachtiging;
• Verstelbare voorstoelen;
• Buitenspiegels van binnenuit verstelbaar;
• Elektrisch bedienbare ramen;
• Neerklapbare achterbank;
• 3e of 5e deur;
• Interval op ruitenwisser;
• Airconditioning.
CRITERIA:
• de betrokkene kan met de beschikbare voorzieningen in onvoldoende mate in zijn vervoersbehoefte voorzien;
• de aanpassing aan de auto is de goedkoopst compenserende oplossing in vergelijking met andere mogelijke (combinaties van) vervoersvoorzieningen;
• er zijn sociaal-medische redenen (bijv. kind moet met gezin mee kunnen rijden);
• de betrokkene is in het bezit van een auto of is bereid deze aan te schaffen;
• de aanpassingen betreffen geen faciliteiten die in de referentieauto algemeen gebruikelijk zijn;
• de auto is niet ouder dan 3 jaar of de resterende levensduur van de auto is minimaal 5 jaar;
Hoofdstuk 6
Artikel 6.4
Auto aanpassingen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Borsele 2012