Naar hoofdinhoud

Paragraaf 5 › Afdeling 2

Artikel 5.2.3

Standplaatsen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Helmond 2008

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2.. In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de open lucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 3.. Onder standplaats wordt niet verstaan: een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2.2.1.1 van deze verordening. 4.. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan. 5.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd indien: de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt. 6.. Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. 7.. De weigeringsgrond in het vijfde lid onder a geldt niet voor bouwwerken. 8.. Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel