1. Bij een automatische brandmelding rukt de brandweer uit naar de opgegeven locatie.
2. De oorzaak van de melding wordt door de ter plaatse zijnde bevelvoerder onderzocht. De uitkomst van dit onderzoek is bepalend voor het vervolgtraject.
3. De volgende uitkomsten naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek zijn mogelijk:
a. de installatie heeft gedaan waarvoor hij bedoeld is en heeft de brandweer gealarmeerd omdat er daadwerkelijk gevaar/brand is. De brandweer zet zich in geval in om de situatie weer normaal te krijgen;
b. de installatie heeft een melding gegenereerd waar een verwijtbaar menselijk handelen (of het nalaten van een handeling) aan ten grondslag ligt.
4. In het geval van lid 3 onder a wordt geen verdere actie ondernomen.
5. In het geval van lid 3 onder b maakt de bevelvoerder het uitrukrapport op en geeft dit door aan een medewerker van de afdeling Preventie van de VRR.
6. Een medewerker van de afdeling Preventie van de VRR beoordeelt de melding. Als sprake is van een verwijtbare loze melding ontvangt de (hoofd)gebruiker van de brandmeldinstallatie een waarschuwing van het Hoofd van de afdeling Brandveiligheid district Waterweg.
7. Elke volgende verwijtbare loze brandmelding kan leiden tot het opleggen van een dwangsom door of namens het college. De hoogte van de dwangsom is € 800 per overtreding.
Artikel 2
Procedure bij loze meldingen
Onderdeel van Beleidsregels terugdringen loze brandmeldingen 2012