Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor
het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om deprogramma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren;
b.het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s enkredietrisico’s;
c.het beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een voldoenderendement op uitzettingen;
d.het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromenen financiële posities.
Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht:
het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt conform de in de wet Fido bepaalde voorwaarden;dit gebeurt bij financiële instellingen met minimaal een A rating en tot maximaal 10 mln Euro perinstelling;
overtollige middelen worden uitsluitend uitgezet tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd in tact is;
derivaten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van financiële risico’s;
voor het aantrekken van financieringen voor langer dan 1 jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bijverschillende financiële instellingen gevraagd;
e.overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen vangaranties luiden in euro;
Het college informeert de raad indien de wettelijke kasgeldlimiet of de wettelijke renterisiconorm dreigt te worden overschreden.
Het verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële participaties anders dan genoemd in het tweede lid worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak.. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van depublieke taak bedingt het college zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het openbare belangvan dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties.
4.Het college stelt eens in de 4 jaar een financieringsstatuut op. Hierin worden regels opgenomen ter uitvoering van het gestelde onder lid 1 tot en met 4, evenals regels voor taken en bevoegdheden, verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening .Het college zendt het besluit financieringsstatuut (= treasurystatuut) ter kennisgeving aan de raad.
Artikel 12.