Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 21

Mobiele telefoon

Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006

1.. Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld. 2.. De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 3.. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 4.. Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon voor privé-doeleinden is gebruikt, vindt maandelijks een verrekening van de gesprekskosten plaats. 5.. Indien aan de wethouder een mobiele telefoon als bedoeld in het eerste in bruikleen ter beschikking wordt gesteld wordt de in artikel 14 bedoelde onkostenvergoeding opgenomen component telefoonkosten (9% van de vergoeding) verlaagd naar een bedrag van € 25,-- per maand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel