**1..** De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 13, vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
**2..** Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de Loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 13, vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
**3..** Overeenkomstig artikel 6 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden vindt overgang naar een hogere klasse plaats met ingang van het jaar waarin op 1 januari het inwonertal de minimumgrens van de volgende klasse heeft bereikt en blijkt dat die grens ook is bereikt op 1 januari van het volgende jaar.
Hoofdstuk II
Artikel 3
Onkostenvergoeding
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006