Het subsidie, als bedoeld in artikel 2 van deze verordening wordt als volgt berekend:
Voor elke aanvragende organisatie, als bedoeld in artikel 5, wordt bepaald hoeveel groepen er geformeerd zullen worden. Een groep komt voor subsidiëring in aanmerking indien zij uit minimaal 10 leerlingen bestaat. Om aan de norm te voldoen kan een combinatie gevormd worden uit leerlingen van verschillende leerjaren, niet zijnde een bestaande combinatie— klas. Indien een dergelijke combinatie meer dan 24 leerlingen bevat kan zij gesplitst worden en komen beide parallelgroepen voor subsidie in aanmerking.
De tegemoetkoming in de personele kosten bedraagt per jaar voor elk wekelijks lesuur een bedrag gebaseerd op salarisschaal 7.7 van het Rechtspositiebesluit Onderwijspersoneel, verhoogd met vakantietoeslag en inclusief niet-lesgebonden tijd.
Het aantal groepen per subsidievragende instelling zoals bedoeld onder punt a wordt vermenigvuldigd met het bedrag genoemd onder punt b. Deze uitkomst is het berekende subsidie.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij de beschikbaarstelling van het subsidie in bijzondere gevallen af te wijken van de in artikel 7 genoemde ondergrens van 10 leerlingen.
HOOFDSTUK 4
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Verordening subsidiering godsdienstonderwijs en humanistisch vormingsonderwijs