Voor het verkrijgen van subsidie zendt de in artikel 2 bedoelde kerk of instelling jaarlijks voor 1 december met betrekking tot het subsidie over het voorgaande schooljaar bij burgemeester en wethouders, voor elke school afzonderlijk, een aanvraag in, vermeldende de volgende gegevens:
de namen van degenen, die het godsdienstonderwijs of het vormingsonderwijs hebben gegeven;
de dagen waarop en de uren gedurende welke de godsdienstlessen of vormingslessen werden gegeven;
de groepen c.q. combinaties van groepen, die aan het godsdienstonderwijs of vormingsonderwijs hebben deelgenomen;
de aantallen leerlingen, gespecificeerd per groep of combinatie van groepen, die de godsdienst- of vormingslessen regelmatig hebben bijgewoond;
een afschrift van de voorlopige dan wel (indien reeds verstrekt) definitieve beschikking van het Rijk op grond van de Rijksregeling.
De onder a t/m e genoemde stukken moeten door de schoolleider van de desbetreffende school voor akkoord zijn getekend.
HOOFDSTUK 5
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Verordening subsidiering godsdienstonderwijs en humanistisch vormingsonderwijs