Naar hoofdinhoud

Artikel 7:

Bijzondere voorschriften

Onderdeel van Bomenverordening gemeente Zutphen

1.. Aan de omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden wordt het voorschrift verbonden dat de omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden pas inwerking treedt de eerste dag na afloop van de termijn voor het indienen van een bezwaar. Indien gedurende de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bij de bevoegde rechter een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, dan treedt de omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden niet in werking voordat op dat verzoek is beslist. 2.. Tot de aan de omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden te verbinden voorschriften behoort het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. 3.. Tot de aan de omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden te verbinden voorschriften behoort het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden verplant. 4.. In het voorschrift als bedoeld in het tweede en derde lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de her- of verplant en op welke wijze niet aangeslagen her- of verplant moet worden vervangen. 5.. Indien niet ter plaatse kan worden herplant, wordt het voorschrift aan de omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden verbonden tot betaling van een geldelijke bijdrage in het gemeentelijk bomenfonds. 6.. Voor alle werkzaamheden en maatregelen die schade aan beschermde houtopstanden kunnen veroorzaken, verbindt het bevoegd gezag het voorschrift om in de omgeving van beschermde houtopstanden maatregelen te treffen ter bescherming van de houtopstanden. 7.. Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Rechtspraak bij dit artikel