**1..** In aanvulling op het bepaalde in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de stimuleringslening geweigerd indien:
Met het funderingsherstel is begonnen voordat een beslissing op de aanvraag is genomen.
De woning in eigendom is van een woningcorporatie, een bedrijf of een commerciële verhuurder.
Niet bij alle woningen in dezelfde bouwkundige eenheid de fundering wordt hersteld.
De woning naar verwachting van het college binnen een periode van tien jaar zal worden afgebroken.
De woning na het treffen van de bouwtechnische voorzieningen niet voldoet aan wettelijke eisen van constructieve veiligheid en stabiliteit.
De aanvraag bouwtechnische voorzieningen betreffen die niet als sober en doelmatig worden gezien.
De kosten van de bouwtechnische voorzieningen niet in verhouding staan tot de waarde van de woning. De kosten van de bouwtechnische voorzieningen mogen maximaal 50% van de huidige WOZ waarde bedragen.
Het naar verwachting van het college niet voldoende aannemelijk is dat de woning waaraan de bouwtechnische voorzieningen worden getroffen na het treffen van de bouwtechnische voorzieningen nog minimaal 25 jaar in stand zal blijven.
De draagkrachttoets negatief is.
Het niet aannemelijk is dat de eigenaar de kosten van de bouwtechnische voorzieningen kan dragen.
Niet voldaan is aan het bepaalde in deze verordening.
Het subsidieplafond bereikt is of met voorliggende subsidieaanvragen bereikt zal worden.
Er een negatieve kredietbeoordeling door het Stimuleringsfonds wordt afgegeven.
**2..** Het college kan op verzoek in urgente gevallen afwijken van het bepaalde in lid 1 onder a.
Hoofdstuk 3
Artikel 13
Weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening stimuleringsleningen funderingsherstel 2010 - 2011