Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 12

Verbodsbepaling

Onderdeel van Verordening op het Stads- en Landschapsschoon

Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders: het uiterlijk aanzien van een onroerende zaak met inbegrip van de ruiten, te wijzigen door dit geheel of ten dele te bepleisteren, te beplakken, te verven, te witten of anderszins van een bedekkende laag te voorzien, van een daarop aanwezige pleister- of verflaag of bedekkende laag te ontdoen danwel de ruiten op enigerlei wijze te veranderen, één en ander indien en voor zover de onroerende zaak zichtbaar is vanaf de weg of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar is; het uiterlijk aanzien van gevels van gebouwde onroerende zaken te wijzigen als gevolg van reiniging; afrasteringen, schuttingen en andere bouwwerken te beschilderen in dat gedeelte van de gemeente dat als beschermd stadsgezicht in de zin van de Monumentenwet is aangewezen en voorzover deze zichtbaar zijn vanaf een weg of vanaf een ander voor publiek toegankelijke plaats.

Rechtspraak bij dit artikel