Als er sprake is van het op ontoelaatbare wijze ontsieren van de zaak en/of de omgeving kunnen burgemeester en wethouders de rechthebbende of hoofdgebruiker van de onroerende zaak, waarop voorwerpen, stoffen of opslagplaatsen als bedoeld in artikel 15 zijn aangebracht, aanschrijven hetzij om deze te verwijderen, hetzij om de door hen aan te geven voorzieningen te treffen binnen de door burgemeester en wethouders gestelde termijn.