**1..** Het in artikel 7A gestelde verbod geldt niet ten aanzien van:
handelsreclame in het inwendige gedeelte van een onroerende zaak, tenzij deze ten doel heeft om handelsreclame te maken welke vanaf de weg of vanaf een andere voor publiek toegankelijke plaats zichtbaar is;
handelsreclame op borden, zuilen, muren of andere constructies, die door burgemeester en wethouders zijn aangewezen;
bekendmakingen van openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, voor zolang zij feitelijk betekenis hebben mits:
zij worden aangebracht op of aan de onroerende zaak, dat te koop, te huur of in pacht wordt aangeboden;
maximaal 2 bekendmakingen per onroerende zaak worden aangebracht;
een bekendmaking geen groter oppervlakte heeft dan 0,50 m2;
handelsreclame voor het beroep, de dienst of het bedrijf, dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd, mits deze:
niet is verlicht;
geen groter oppervlakte heeft dan 0,25 m2 en geen grotere afmeting in één richting heeft dan 0,50 meter;
direct tegen de gevel is aangebracht;
tussen de begane grondvloer en eerste verdiepingsvloer van de onroerende zaak is aangebracht;
aankondigingen, die volgens een wettelijke verplichting, dan wel volgens een wettelijk toegekende bevoegdheid worden aangebracht, mits de in de wet genoemde maten niet worden overschreden, of, indien geen maten zijn vastgesteld, deze geen grotere oppervlakte hebben dan 0,15 m2 en geen grotere afmeting in één richting van 0,50 m;
opschriften betrekking hebbend op de naam en/of aard van het in uitvoering zijnde bouwwerk en/of namen van degenen, die bij het ontwerp en/of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet verlicht zijn, zulks voor zover zij feitelijk betekenis hebben;
opschriften en aankondigingen aan gebouwen en inrichtingen van openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer;
handelreclames op de perrons van de spoorwegen;
**2..** Als door het bepaalde in het eerste lid geen omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is vereist, dienen de daarin bedoelde reclameuitingen, bekendmakingen, opschriften en/of aankondigingen zodanig te worden uitgevoerd en aangebracht, dat de verkeersveiligheid niet in het geding komt en de zaak en/of de omgeving niet in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand.
Hoofdstuk 2
Artikel 8
Uitzonderingen op verbodsbepaling
Onderdeel van Verordening op het Stads- en Landschapsschoon