Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
vaartuigen: alle soorten drijvende lichamen, die wegens hun drijfvermogen gebezigd worden, dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen en/of handelswaren;
reis: de tijdsduur, welke verloopt tussen aankomst, de dag van aankomst niet meegerekend, en daaropvolgend vertrek, met een maximum van 9 dagen.
HOOFDSTUK 1
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van lig- en kadegelden 2010