Naar hoofdinhoud

Paragraaf 9

Artikel 9.1

Wassen en schoonmaken van ladingtanks

Onderdeel van Havenreglement gevaarlijke stoffen 2007

1.. Tijdens wassen met ruwe olie van ruimten van een tankschip: voldoet gebruikt materiaal en uitrusting aan het op grond van Marpol Annex I verplicht gestelde ‘Operations and Equipment Manual’ dat aanwezig is op het tankschip; wordt wassen verricht in overeenstemming met dat handboek, en; mogen binnen de ladingzone van het tankschip ten hoogste twee schepen langszij afmeren die ten minste voldoen aan de eisen die het ADNR stelt aan een binnenschip van type N. 2.. Tijdens schoonmaken, anders dan wassen met ruwe olie, van ruimten van een zeetankschip, die vloeibare gevaarlijke stoffen bevatten of laatstelijk hebben bevat mag uitsluitend langszij het zeetankschip ligplaats worden ingenomen: door een schip dat waswater als gevolg van een voorwas of ladingresiduen als bedoeld in Marpol Annex II overneemt, of; door ten hoogste twee tankschepen indien het schoonmaken gesloten plaatsvindt als bedoeld in artikel 4.4, vierde lid, van de Arbeidsomstandighedenregeling. 3.. Zolang de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde tankschepen langszij liggen is het verboden om na afloop van het gesloten schoonmaken de ruimten van het tankschip te openen, tenzij: in geval van aanwezigheid van restanten van gevaarlijke stoffen die tevens brandbaar zijn de tankatmosfeer zich onder twintig procent van de onderste explosiegrens bevindt, en in geval van aanwezigheid van gevaarlijke stoffen de tankatmosfeer zich onder de grenswaarde, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit bevindt van de laatst vervoerde stof in de ladingtank. 4.. Het college kan het schoonmaken, bedoeld in het tweede en derde lid, beperken of verbieden als atmosferische omstandigheden zodanig zijn dat door het vrijkomen van de betrokken stoffen in die omstandigheden gevaar, schade of hinder ontstaat of kan ontstaan. 5.. Het is verboden om ruimten van een tankschip dat vloeibare gassen vervoert schoon te maken tenzij het schip ligplaats heeft langszij een inrichting die beschikt over een door het bevoegd gezag krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunning voor het uitvoeren van het schoonmaken en deze inrichting de restanten van de vloeibare gassen in ontvangst neemt. 6.. Gesloten schoonmaken van ladingtanks aan boord van een tankschip is uitsluitend toegestaan indien het tankschip daartoe is ingericht en het schoonmaken plaatsvindt overeenkomstig het schoonmaakhandboek als bedoeld in MARPOL. 7.. Het is verboden ruimten van een tankschip schoon te maken die resten van gevaarlijke of schadelijke stoffen bevatten indien: het een zeetankschip betreft en de stoffen krachtens de Bulk Chemical Code vervoerd moeten worden in een tank met een aansluiting voor een dampretourleiding; het stoffen betreft die genoemd zijn in artikel 8.1 van dit reglement, of het benzeen en benzeenhoudende mengsels met meer dan 10% benzeen, styrene of formaldehyde (37%) betreft, tenzij: de ruimten van het tankschip gesloten worden schoongewassen en tijdens het schoonmaken geen gas of damp naar de buitenlucht uittreedt anders dan kortstondig bij het tankschip bij aanvang van het droogmaken van de ruimten; het tankschip ligplaats heeft langszij een inrichting die beschikt over een door het bevoegd gezag verleende vergunning voor het uitvoeren van het schoonmaken en die de van de schoonmaakwerkzaamheden afkomstige dampen in ontvangst neemt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel