Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 17

Recht eigen graven

Onderdeel van Verordening Algemene Begraafplaatsen Ridderkerk 2011

1.. Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen in te dienen verzoek via het aanvraagformulier, voor de tijd van twintig jaar het recht op een eigen graf, eigen urnengraf of eigen urnennis. De termijn begint te lopen 1 januari volgend op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven. 2.. Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen in te dienen verzoek via het aanvraagformulier, voor onbepaalde tijd het recht op een eigen graf, niet zijnde een kinder- of foetusgraf. 3.. Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen in te dienen verzoek via het aanvraagformulier het recht op een eigen kindergraf voor de tijd van 80 jaar. Verlenging van deze periode is niet mogelijk. 4.. Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen in te dienen verzoek via het aanvraagformulier het recht op een eigen foetusgraf voor de tijd van 80 jaar. Verlenging van deze periode is niet mogelijk. 5.. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende door burgemeester en wethouders verlengd met een termijn van tien jaren per keer. Graven zoals bedoeld in artikel 1.b.1. (eigen graf/grafkelder) kunnen worden omgezet in een uitsluitend recht voor onbepaalde tijd. De aanvraag voor verlenging of omzetting naar onbepaalde tijd dient vóór het verstrijken van de lopende termijn te worden ingediend, maar niet eerder dan twee jaar voor het verstrijken van de lopende termijn en mits de aanvraag niet strijdig is met een voorgenomen sluiting van de begraafplaats. 6.. De rechthebbende, wiens adres bij de houder van de begraafplaats bekend is, wordt een jaar voor het verlopen van de in lid 1 bedoelde termijn per brief aan deze bepaling herinnerd en krijgt vervolgens de gelegenheid verlenging van de termijn aan te vragen. Indien zulks niet geschiedt vervalt het graf aan de gemeente en kan de grafbedekking worden verwijderd en het graf worden geruimd. 7.. De herinnering geschiedt door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. De mededeling wordt uiterlijk een jaar voor het verlopen van de termijn kenbaar gemaakt. 8.. Wanneer na de mededeling zoals genoemd in artikel 25 lid 2 niet binnen een periode van maximaal 5 jaar in het onderhoud van het graf wordt voorzien, vervalt het recht op het graf aan de gemeente. Wanneer na deze 5 jaar het recht op het graf nog geen tien jaar is gevestigd, blijft de bekendmaking in stand totdat deze periode van 10 jaar is vestreken. Na deze periode vervalt het recht op het graf aan de gemeente. 9.. Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 18, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. 10.. Een recht als in dit artikel bedoeld, kan met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening slechts aan een natuurlijk persoon worden verleend of aan een rechtspersoon, zijnde uitsluitend de Gemeente Ridderkerk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel