Het (doen) aanbrengen van grafbeplanting geschiedt bij algemene graven door of namens de beheerder.
Het (doen) aanbrengen van grafbeplanting geschiedt bij eigen graven door of namens de rechthebbende.
Het is niet toegestaan grafbeplanting achter het gedenkteken te plaatsen. De beheerder behoudt zich het recht voor dit te verwijderen.
De afmetingen van de grafbeplanting is qua lengte en breedte gelijk aan die van de liggende grafstenen genoemd in artikel 2 lid 2 a en b. De hoogte mag maximaal 0.20 m zijn.
Bij algemene graven kan de eerste 0,40 m voor het staande gedenkteken worden gebruikt voor het plaatsen van bloemen en andere voorwerpen, tenzij een liggend gedenkteken is geplaatst.
De overige ruimte bestaat uit gras, dat door de gemeente wordt onderhouden.
Het toepassen van glazen vazen is niet toegestaan. Ook het gebruik van andere constructies en voorwerpen die sterk onderhevig zijn aan weersinvloeden is niet toegestaan. De beheerder beoordeelt welke constructies en voorwerpen sterk onderhevig zijn aan weersinvloeden.
Het is niet toegestaan voorwerpen op de gedenktekens te plakken indien dit een probleem vormt bij een bijzetting in het aanliggende graf. De beheerder beoordeelt in welke situaties dit een probleem vormt.
Het is niet toegestaan om grind op/om/tussen en voor de graven te plaatsen. Grind is slechts toegestaan binnen de omlijsting van het gedenkteken.
Het doen aanbrengen van boomschors is toegestaan.
Hoofdstuk
Artikel 3
Regels grafbeplanting en voorwerpen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Grafdekking